donderdag 18 januari 2024

  

'Er komt oorlog!'


‘Er komt oorlog.’

In het najaar van 1939 valt Rusland Finland binnen. Het is Stalins plan om in twee weken door te marcheren naar Helsinki, maar dat wordt een fiasco. De Russen lijden nederlaag op nederlaag tegen de dapper strijdende Finnen. En toch winnen ze. Ze kunnen door het eindeloos aanvoeren van verse troepen en het opvoeren van zware luchtaanvallen en bombardementen op dorpen en steden de Finnen uiteindelijk eronder krijgen. De parallel met de huidige oorlog in Oekraïne is verbijsterend.                                                                      


De oorlog eindigt na 105 dagen in het voorjaar van 1940. Finland moet Karelië afstaan, een strook grond aan de Finse oostgrens. 95.000 Finse jongemannen verliezen in die 105 dagen het leven, 5% van de mannelijke bevolking. Veel kinderen groeien op zonder vader.

‘Er komt oorlog.’ Dat zijn woorden die ook vandaag in Europa steeds minder onvoorstelbaar zijn. Wie zich afvraagt wat die drie woorden aan angsten, ontkenningsmechanismen en praktische afwegingen en daden kunnen oproepen, leze de zeer fijn geschreven roman ‘De tijd van de winteroorlog’ van Eeva Kilpi. Zij woont met haar vader, moeder en jonger zusje in Karelië en is aan het begin van de roman 11 jaar, een meisje met een bijzondere opmerkingsgave. Haar leeftijd versterkt dat talent.

‘Vlak vóór de puberteit, dat is de tijd dat een mens ‘alles’ begrijpt zoals een toeschouwer dat doet. Op zo’n leeftijd ben je onderworpen aan de wereldgeschiedenis en overgeleverd aan de spelingen van het lot, maar nog niet aan driften en normen. Het is de mens op zijn vrijst voordat de seks je tot een drugsverslaafde maakt.’

Eeva is een wat eenzaam kind, ze heeft een ongemakkelijke verhouding met haar moeder en projecteert haar verlangens van verbondenheid en gezien-worden op de vaak afwezige vader. Ze spiedt en speurt en ziet hoe volwassenen omgaan met dat merkwaardige fenomeen ‘oorlog’ en beschrijft gedetailleerd wat dat in haar teweegbrengt. Dat begint al met die drie woorden: er komt oorlog. Haar vader spreekt ze uit ‘met een stem, die voor ons kinderen nieuw is. Hij richt zich tot moeder alsof wij kinderen er helemaal niet bij zijn.’ Zo herinnert ze het zich. Zo was het. Of toch niet?

                ‘Zei vader dat zinnetje nou of was het toch moeder?

In fraaie beelden beschrijft ze hoe grillig herinneringen zijn.

‘Ze voelen eerst solide en duidelijk, maar wanneer je ze aanraakt, zijn ze plotseling broos en breekbaar als gedroogde planten in een oud herbarium.’

Het duurt even voordat de mensen de oorlog in zichzelf toelaten. Ze proberen zo lang mogelijk hun normale leven voort te zetten.

'Wat doen we de volgende dag (nadat de oorlog daadwerkelijk is uitgebroken)? We gaan bijvoorbeeld eten zoals we daarvóór al deden. Dat middel werd tot op het laatst ingezet, om niet te zeggen met zachte dwang, om het leven zijn natuurlijke gang te laten gaan. ‘

Eeva ziet het haarscherp en noteert fijntjes de menselijke tegenstrijdigheden en geweldsdrang.

‘Moeder maakt zich klaar om naar Viipuri te vertrekken. Daar wordt een jas van eekhoornbont voor haar gemaakt. () Driehonderd eekhoorns hebben hun leven mogen geven onder heel normale vredesomstandigheden, opdat moeder tot een van Hiitola’s best geklede vrouwen kan worden gerekend. () Aan de muur naast de deur hangen op planken gespannen vossenvellen te drogen. () Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.'

Eerst blijft de oorlog nog op afstand.

‘Met vader luister ik naar het kanonnengebulder in de verte. Een deel van mij staat daar nog naast hem te luisteren. Ik ben nog even een klein meisje, ik ben nog een kind, ik heb mijn huis en mijn ouders nog en besef nog niet dat God niet naar mijn gebeden luistert.’

 Ze spelt de kranten: ‘Abessinië veroverd. Addis Abeba. Albanië. Is de oorlog zich in de volgorde van het alfabet gaan uitbreiden?’                                                               



Maar dan is aan de bombardementen niet meer te ontkomen. Ze noteert dat uitgerekend het huis van de  schoenmaker wordt getroffen. Hij is een gerespecteerde en onmisbare persoon in het dorp - en toevallig communist. Dat nu juist een bom juist op zijn huis moest vallen.... Maar nu is de oorlog ook echt een feit en wordt de familie gedwongen geëvacueerd.

‘De evacuatie. Moeder sloeg met ons kinderen op de vlucht. Dit alles, het binnenkomen van die mededeling, de informatie, de beslissingen, het organiseren, het uit elkaar gaan, het vertrekken en de kilometerslange reis naar een dorp in een bos, voltrok zich binnen een paar uur. En ik herinner me er niets van. Ik kan niet uitleggen waarom niet, want ik ben overal bij geweest. () Angst roept beelden op die komen en dan weer wijken. () Vader zwaait met zijn hand, zoals hij altijd doet en wendt zich van ons af met de rugzak over zijn andere schouder. Ging het echt zo?

Ze komen in een dorp terecht in een huis vol ‘grote mensen’, vooral vrouwen, die ze namen geeft als schoonzustante, jongetante, zieketante, adventistentante en luitenantoom. En iedereen speelt toneel. Ze voelt dat de volwassenen toneelspeelden, of ze nou blij zijn of  verdrietig. Dat maakte haar onrustig. Toch gelooft ze 'dat ze in hun hart oprecht waren, ze  wisten gewoon niet hoe ze zich anders moesten gedragen.'

Af en toe breekt ook hier op kleine schaal een oorlog uit. Haar moeder maakt een scène  omdat ze een tante ervan verdenkt haar bunzingstola te hebben verwisseld met de hare. Oorlog maken gaat haar beter af dan knuffelen en aanhalen.  

‘Ik hou niet van dat aanhalige gedoe'. 'Maar zou het niet fijn zijn, als je af en toe geknuffeld werd? plaagde jongetante. 'Zo is mijn man niet', zei moeder met een stem alsof ze een natte dweil in jongetantes gezicht had willen smijten.’

Op 26 februari 1940 worden ze weer gesommeerd te vertrekken. Ze komen in een huisje in een bos terecht.

Hiitola, Elisenvaara en Käkisalmi worden doorlopend gebombardeerd, ‘maar ik herinner me er niets van. Dat ergert me. Ik zou zin hebben aan mijn geheugen te vragen: waarom? Waarom zijn kleine, onbetekenende details goed bewaard gebleven, maar de grote gebeurtenissen, die ons leven omver wierpen, vergeten () Het lijkt of alles leeg, gevoelloos en dood is op de plekken waar ik zoek naar angst en levendige herinneringen.  () Het lukt me slechts schaduwen van de gebeurtenissen waar te nemen omdat mijn geheugen heeft geweigerd toe te voegen aan mijn opslagplaats van levenservaringen.’

Ze vrezen helder winter weer want dan komen er bombardementen van Russische vliegtuigen. De bewegingen van het Noorderlicht zijn voor hen de gebeden van het Finse volk die door het hemelruim op weg zijn naar hun eindbestemming. Slechts een enkeling die niet naar de wapens grijpt, zwerft van huis tot huis en verkondigt openlijk dat ‘gij zult niet doden’ en absoluut gebod is dat geldt voor beide buurlanden en ook voor dieren. Maar om hem wordt slechts geglimlacht, mensen geven hem melk te drinken die nog warm is van de koe. Op school zingen de kinderen patriottische liedjes

Nu vertrekken wij / en mikken tussen de ogen van Iwan /  tussen de ogen, tussen de ogen / tussen de ogen van Iwan jaja.

 Maar als ze tegen de juffrouw zegt dat ze van deze  Karelische Jagersmars een couplet weglaat, dat ik haar vader had horen zingen: ‘Laten we de lijken plunderen, anders blijven we arm achter’.- staart de onderwijzeres haar sprakeloos aan. 'en niets is zo moeilijk te verdragen als stilte op een moment dat je een bemoedigende reactie verwacht.'

De dagen rijgen zich aaneen. Bewolkte dagen en dagen met helder winterweer. 

‘Als Finland verliest, komen we allemaal in Siberië terecht’.

Opeens is de oorlog voorbij. Naar Siberië hoeven ze niet, terug naar huis kúnnen ze niet: Karelië is nu Russisch. Een tragedie. Haar herinneringen aan dat moment zijn tekenend voor de gevoelvolle fijnzinnigheid van deze roman:

‘Geen enkel gevoel van shock of van een zenuwinstorting, geen teleurgestelde kinderziel, geen verwijt aan Gods hardhorigheid. Daarentegen een bizar tafereel in de keuken, waar een huilende moeder haar schoonmoeder om de hals valt.’                                                               

                                                                        Eeva Kilpi

Eeva Kilpi, de tijd van de winteroorlog. Een herinnering aan mijn kinderjaren. 1989. ISBN 9789079873128. Uitgeverij Wilde Aardbeien, 2022. Vertaling: Maria Falenius en Frank Hendriks.

De tijd van de winteroorlog is het eerste deel van Kilpi’s autobiografische oorlogstrilogie. Deel 2 verschijnt in maart 2024.

 


zaterdag 23 december 2023

 

HEERLIJKE TAALVERHASPELINGEN

 

In 2023 verzamelde ik een aantal taalverhaspelingen, zoals die via de media tot mij kwamen. Ik plaatste ze op Facebook. Enkele lezers voegden er het hunne aan toe.

Lees mee en geniet!

                                                                


Op zo’n moment wil je de schouders om iemand heenslaan.

Dat staat op het netvlies gegrift.

Het statement omhelst alles

Ik denk met alle respect dat Jordi het ontzettend goed doet

Over etiquette:  'Als je ergens gaat dineren met kerstmis, kijk hoe iedereen zich gedraagt en gedraag je daarna.'

De prijzen stijgen de pan uit.

De wond op de zere plek leggen.

Je hebt hier van alles te vinden.

Voor die man heb ik meer als respect.

Kun jij dat over je hart verdragen?

Dan zie je hoe de vlag ervoor staat.

Ze zitten dringend te springen om mensen.

Dit is de plek waar mijn roots vandaan komen.

Ergens met de pet naartoe zwaaien.

En God sprak dat het goed was.

De supporters snellen zich richting stadion.

Ja, maar dat is wél de manier hoe het gaat.

Dat heeft veel impact op mij gemaakt.

De oprit is door de regen helemaal blank komen te lopen.

Hij wist zich aan de boot vast te klammen.

Duitsland heeft Frankrijk over de schreef getrokken.

Dat werkt je helemaal in de kaart.

Hier zullen we nog jaren van nadromen.

De bevalling moet wel een beleving zijn, waar je helemaal achter kan staan.

Die lepelt dat zo uit haar mouw.

Hij staat met mond in de meel te praten.

We accepteren niks meer aan.

En dat wordt dan gewijd aan mijn staaroperaties.

De vinger op de open wond leggen.

Je kent 100% een liedje van hem.

Dat moet aan de waarheid komen!

Tot tranens toe geroerd.

Dat stuit tegen verzet.

Dat verwacht ik niet, denk ik.

Die vraag blijf ik in gebreke.

Dat ligt als een steen op de maag.

Dit springt er echt bovenuit.

Ik merkte dat tijdens het maken van dat proces.

Die tonen zijn zo hoog dat we dat niet met onze blote oren kunnen horen.    

Dat legt de druk wel hoog neer.

Ze vielen elkaar in de haren.

Dat heeft hij aan den levende lijve ondervonden.

Ik zeg: gewoon wat minder geld erheen naartoe.

Al gaande de weg besefte ik het opeens

Die keuze hebben we al een tijdje geleden genomen.

Ik heb besloten het te laten schenken aan het Utrechts Archief

Die datum stond ergens in mijn hoofd

Er wordt een heel nieuw team gesmeden.

Ik hoop dat de herinnering aan hem nog vele jaren nagedragen zal worden.

We zetten een stip op de horizon die we willen behalen.

Daar heb ik mijn jeugd grootgebracht.

Genotslozen… nee, wacht, ik zeg het verkeerd. Ik bedoel lotgenoten.

Als je ziet wat voor les wij destijds hebben betaald!

In Marokko word je op handen en voeten gedragen.

Dat stadion zijn we inmiddels wel gepasseerd.

We willen het zekere voor het zekere nemen.

Ik kan niet aan één hokje vast blijven hangen.

We moeten samen de krachten bundelen.

Ik heb flink in de geldbuidel moeten zakken.

En al dat soort dergelijke dingen.

De meeste trainers interesseren zich niet achter de persoon.

We hebben de nodige bomen omgekapt.

Waarom noem je dan je beroep niet op?

Ik blijf dat niet aan de gang zeggen.

Groeit de crisissituatie je naar je hoofd?

Ik was recent geleden op bezoek in jullie winkel.

Om tien uur druppelden de spelers naar binnen.

Het publiek beloonde hem op een ovationeel applaus.

We moeten allemaal een stapje meer geven.

Veel jonge mensen benemen zich van het leven.

Er zijn honderden schapen teniet gegaan.

Ik sta hier niet voor Jan Lol.

Ze maakten voortdurend onpasselijke opmerkingen.

Dit beeld refereert naar de Piëta.

Laat dit een voorbode zijn van wat ons nog brengt in de toekomst.

Bij de PvdA moest de gewone man opgeheven worden.

Het is nu te vroeg om hier een conclusie aan vast te trekken.

Ik denk dat we dit onder ogen moeten nemen.

Ik zie zon aan het einde van de horizon.

Joris is het meest betrouwenswaardige gezicht van de omroep.

Dat ideaal is helemaal naar de achtergrond verdwenen.

RTV Utrecht stuurde mij ook push- up berichten.

Qua financieel gaat het met veel mensen niet goed.

Er hangt een heel groot stigma over ons krakers.

Nederlanders delven het achterspit.

Hoe gek zijn we dan doorgeslagen?

Omtzigt is de enige die het voortouw kan opnemen.

Er wordt echt wel laagdrempelig over boeren gepraat.

Wat betekent dat in zijn algemeniteit?

Hij heeft een flinke reis achter de benen.

Ze blijft maar onverstoord doorgaan.

Die asielzoekersoverlast gun ik geen enkele gemeente toe.

Hart en ziel hebtie erin gestoken.

Dat is vers op mijn dak.

Maar dat is niet opgepikt door Mandela’s opvolgelingen.

Hennie de Jong zette de voorzitter het Instituut Kunstzinnige Vorming onder vuur.

De reis naar Armenië heeft een diepe indruk op ons gelaten.

Bij een loodgieterswoning in Vlaardingen ging een explosie af .

Wandelen of fietsen met de zeewind om je haren! Ecktiv reizen.

Die bladzijde wil Overmars achter zich laten.

Je moet als politicus wel een schildpaddenhuid hebben. 

Een nieuw kabinet? Ik heb er goede hoop in.

Arbeidsmigranten zijn een oplossing tegen de vergrijzing.

In Nederland moeten we aan een keurslijf lopen.

We hebben met kiespijn ons ouwe huisje leeggeruimd.

Dat beeld wekt emoties los.

Netflix en die streamers leggen het niveau behoorlijk hoog neer.

Dan moet je toch op zoek naar de oorzaak erachter.

Heel ingewikkeld, maar uiteindelijk toch correct: 'Maar de beslissing staat zoals die is genomen zonder VAR.'

'Het lijkt me moeilijk je hand te haven als vrouw in de voetbalwereld'. 

Bij de Top2000 a gogo hoorde ik: 'Leo, we zitten met het hele café om jou heen gekluisterd.'

Minister Kuipers wees erop 'dat de coronacijfers verder omhoog stijgen.'

Jan Egelmeers hoorde diezelfde minister Kuipers spreken over 'problemen die niet bij de huisarts terecht horen.'

Jan noteerde ook: ‘Dat komt me zo niet binnen.’

En: ‘Wij hebben steen en been moeten vechten.’

En dat kamerlid van Baarle zei: ‘Laat dat even op ons inzinken.’

En dat Wilders ‘het hart op de riem wilde steken.’

Anita Suylen hoorde een onderwijzeres over een hoogbegaafde leerling zeggen: ’Die capaciteiten heeft ze dik en dwars.’

En een clusterdirecteur (!) sprak tegen een collega over de betreffende onderwijzeres: ‘Het is goed dat we haar terug blazen.’

Nelly Lausberg-van Os schreef me: 'Leuk Jos. Die uitspraken zullen zeker hoge ogen scoren! Haha.

En ik hoorde op de radio een voetbaltrainer zeggen: het is een optelling van teleurstelling.

René Schwab complimenteerde me: 'Heel goed, Jos, dat je dit niet allemaal ongemerkt voorbij laat passeren.'

René hoorde ook: 'Sorry! Een vergissingsfout.'  

En hij waarschuwt ons dat ‘resultaten in het heden, géén toekomst geven aan het verleden.’

Willem Meeuwsen schreef: ‘Wij als taalpuristen gruwelen hiervan!’

Een dag later hoorde hij iemand zeggen: ‘Op deze kaart kun je zien hoe de treinen lopen.’

Dorothea van der Gun maakte me attent op deze vergelijking: ‘Als die net zo lief is als jou.’

En Toon van de Rijt hoorde een (typsch Zuid Limburgse?) ziekte langskomen : 'Hij heeft een ziekte aan de ruggenmergel.'

Dicky Roeleveld hoorde een vrouw zeggen: ik ben een beetje zwanger.

Frits Criens noteerde: ‘Het is allemaal een brug te veraf.’

Arjen Brouwer is optimistisch over de wellevendheid van de jeugd. Hij hoorde: ‘Zal ik u voorbij gaan laten passeren, meneer?'

Chris Giebels noteerde dat Omtzigt wel degelijk duidelijk is over zijn politieke koers, immers ‘Omtzigt neemt de uitgestoken arm aan. ‘

En hij hoorde ook ‘dat het recht zijn loop moet krijgen'.

En ‘dat op dat moment mijn hart sneller ging stromen.’

Arno Ross las in de Gelderlander dat de heer Oubaha, eigenaar van 23 horecazaken een horecamagneet werd genoemd. 

Lisette Tillmans hoorde deze dialoog: ‘Waarmee speel je het liefste?’ ‘Met mijn broertje.’

Vivian Spiertz schreef me naar aanleiding van de uitdrukking ‘die datum stond ergens in mijn hoofd’: ‘Dat is voor beelddenkers een waarheid als een kalf.’

Verder hoorde ze ‘dat er voor de kabinetsformatie nog diverse beren uit de weg geruimd moeten worden.’

En dat ‘de geur van koffie van de Douwe Egbertsfabriek op het oog niet zo vies was.’

Frank Bokern las dat een inwoner van Ter Apel zei; ‘Wij zijn het afvalputje van Nederland.’

Hij maakte me ook attent op een persbericht: ‘Samen met andere organisatie werkt Envida aan nieuwe oplossingen voor de toenemende vraag naar ouder worden.’

Clara Schouten hoorde een dakloze tegen de interviewster zeggen: ‘Zo raak ik van de regen in de drup.’ Waarop de interviewster hem corrigeerde: ‘U bedoelt zo kom je van de wal in het schip.’

En tenslotte de mooiste van allemaal – en die is al een paar jaar ouder. Ik hoorde oud- PvdA-voorzitter Hans Spekman op de televisie zeggen: 'Job Cohen, dat is een in- en integere man.'

 

 

maandag 29 mei 2023

                         

                 Hoe gaat het in Libanon?


                                                

Beiroet, dat is vandaag de dag een schitterend aan zee gelegen steenwoestijn van hoge flatgebouwen, die als stokstaartjes vanaf de glooiende oevers hun blik verlangend op de zee richten. Een wirwar van –al dan niet- verlaten huizen, pronkrijke miljonairsappartementen, armzalige optrekjes, glanzende bedrijfspanden, ongure straatjes waar de armoe je in het gezicht slaat, veel, heel veel winkels en hier en daar een oase, zoals de American University, waar een onwerkelijk serene sfeer hangt. Veel huizen zijn niet afgebouwd vanwege de geëxplodeerde prijzen van bouwmateriaal. Of omdat corrupte aannemers er met het aanbetaalde geld vandoor zijn gegaan. Bijna drie miljoen mensen wonen in de Libanese hoofdstad, de helft van de totale bevolking. 


In een eindeloze stoet auto’s en scooters bewegen de Beiroeti’s zich, in slakkentempo, rijen dik door de straten. Lawaaiig en stinkend. Geen agent te zien. Geen stoplicht dat het doet. Toch hoor je nauwelijks geïrriteerd of nerveus getoeter. Rijen auto’s naderen elkaar op een kruispunt en als Nederlander houd je dan je hart vast. Maar ze manoeuvreren via onzichtbare verkeersregels om elkaar heen, omzichtig en voorzichtig. Liever geen aanvaringen! Het is net als met de politiek: door schade en schande wijs geworden lijken ze problemen koste wat kost te willen vermijden. Ze weten al te goed hoe snel het mis kan gaan met naties als Syrië en Israël in de buurt.

Maar lukt het hun wel om zo’n broze vrede te handhaven? Want kijk: af en toe scheurt er een doldwaze automobilist, die lak heeft aan welke regel dan ook, dwars door alles heen. En dan dreigt het wankele evenwicht onmiddellijk te worden verstoord. 

De Limburgers van de Arabische wereld, zo zien ze in de omgevende landen de Libanezen. Waar Limburgers zich verraden met hun zacht-zangerige taal, spreken Libanese mannen Arabisch zoals vrouwen dat doen. Neem het Arabische woord voor koffie, qahwa. Een Arabische man spreekt dat uit met een harde, mannelijke q. Maar Libanese mannen verklanken hun koffie zoals Arabische vrouwen dat doen: ze spreken de q niet uit en verzachten daarmee hun bakkie troost. En weet je hoe een Libanees reageert, die voor het eerst in een tank komt?

    ‘Wat een kleine raampjes, wat een lullig stoeltje, hangt hier geen spiegel?’

Homo’s zijn het! In de ogen van écht-Arabische mannen dan. Maar schijn bedriegt: homoseksualiteit is strafbaar in Libanon. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Jordanië. Maar in de praktijk is Beiroet de vrijmoedigste Arabische stad op dit gebied. Met wat schipperen, met voorrang geven en nemen probeert iedereen uiteindelijk zijn of haar bestemming bereiken. Net als gisteren, net als morgen. Zonder dat er iets wezenlijks verandert.

Suikerfeest.

Op 21 april wordt het einde van de Ramadan gevierd. Iedereen heeft de mooiste kleren aangetrokken. Scootertjes scheuren over de autoweg naar het zuiden, baba stuurt. Een dochtertje staat, nee hangt achterstevoren over zijn rechterschouder, achter hem klemt een zoontje zich vast aan zijn jas, daarachter zit zijn vrouw en daarachter de oudste dochter. En zo gaat het met 80 kilometer per uur op weg naar familie in Nabetea, Sidon of Tyros. Ach, het is allemaal niet zo ver, Libanon is maar een kwart van Nederland.

Langs de weg wapperen om en om Libanese vlaggetjes met de cederboom op wit tussen twee rode banen en gele vaantjes met groene teksten van Hezbollah. Op steeds meer grote borden van gesneuvelde martelaren en afbeeldingen van bebaarde sjiitische leiders, allemaal geestelijken. 

Syrische jongens in Sidon.

In Sidon krijgen kinderen versnaperingen van hun ouders, jongens flirten met meisjes. Een groepje pubers maakt foto’s van elkaar. Ze komen uit Syrië, maar het zijn bepaald geen vluchtelingen. Dat verraden hun coole kleren, hun hagelwitte gympen (bij alle vier precies dezelfde) en hun gestylde haartjes. Ze zijn hier op vakantie. Een van hen maakt een filmpje samen met een groepje westerse toeristen. Hij moedigt hen aan om de duim op te steken en iets in het Arabisch te roepen. Dat blijkt ‘leve Bashar!’ te zijn. Ze zijn aanhangers van de Syrische president en willen niets liever dan een videoboodschap de wereld insturen van westerse toeristen met een adhesiebetuiging aan de slachter van Aleppo. De gids maakt snel een einde aan de dubieuze liefdesverklaring.

Waar blijven de toeristen? 

Buiten Beiroet laat het land zich van de mooiste kant zien. De bergen zijn dichtbegroeid in de mooiste groenvarianten, de ceders adembenemend, de uitzichten groots, het eten is voortreffelijk (voor wie het kan betalen), de klaprozen bloedrood, zee en lucht azuurblauw en alles is ideaal voor een romantisch ik hou van jou. De toeristische attracties zijn fenomenaal. Wat in de musea staat en hangt aan klassieke schoonheid, doorstaat de vergelijking met de landen die om klassieke verleden bekendstaan, met gemak. 

Kadisha-vallei

Maar waar blijven ze, de toeristen? Er komen er veel te weinig. Want Libanon heeft een slechte pers. Bestuurlijk is het land een absurdistische opera met een bizarre vaste rolverdeling, teneinde de voortdurend dreigende chaos te bezweren. De president is altijd iemand uit de gelederen van de Maronitische Christenen, die met 32 % de grootste bevolkingsgroep vormen, de premier een soennitische moslim. De parlementsvoorzitter wordt geleverd door ‘de partij van Allah’, Hezbollah. En de vicevoorzitter van het parlement moet een orthodox-Syrische Christen zijn. De Maronieten werden en worden gesteund door Frankrijk, dat na 1918 in Libanon de dienst uitmaakte. Hezbollah heeft Iran als grote vriend, de soennieten hebben Saoedi-Arabië. En in de bergen zitten de linkse Druzen, die een staatje in de staat vormen. Zo probeert men een nieuwe burgeroorlog te bezweren. Zoals die zeer gewelddadige, die het land van 1975 tot 1990 teisterde.

In de souk van Tripoli

        ‘Zonder Palestijnen hadden we hier geen  burgeroorlog gehad’, zegt een vrouw uit de christelijk Maronitische middenklasse. Libanon is altijd een land geweest waar vluchtelingen kwamen. Maar de Palestijnen kwamen met miljoenen, toen ze begin jaren zeventig niet meer welkom waren in Jordanië. De schrik sloeg de Maronitische Christenen om het hart toen opeens moslims de meerderheid gingen vormen. En die gedroegen zich bepaald niet bedeesd. De PLO marcheerde in 1975 door het hart van Beiroet, zo militant, dat de Maronieten steun zochten en vonden bij Israël. En toen was het raak, vijftien jaren lang. Met 200.000 doden als gevolg. Ook het schitterende Nationale Museum toont wat er gebeurt als je dan opeens midden in de vuurlinie ligt. In een prachtig Romeins mozaïek is de inslag te zien van een granaatbom. Geweld laat zich ook niet tegenhouden door schoonheid.

Nationale museum, Beiroet

Hezbollah.

Opvallend is het succes van Hezbollah (de ‘Partij van Allah’) - en niet alleen in het zuiden. Hun aanhang, de sjiitische moslims (31% van de bevolking) is voor een groot deel laagopgeleid en arm. Maar Hezbollah heeft hun zelfvertrouwen gegeven. Zeker toen het in 2006 het Israëlische leger een draai om de oren gaf, dat daarop snel de bezetting van Zuid Libanon beëindigde. Dat werd in heel Libanon gevierd als een overwinning op de Joodse staat.

Hezbollahs prestige vertaalt zich nu ook op een ander gebied: ze zijn een geaccepteerde en zelfs gerespecteerde politieke factor geworden en zitten in het parlement. Maar de vertrouwensbasis blijft wankel. Want toen de Maronitische premier Harriri in 2005 werd vermoord, wezen veel vingers richting Hezbollah. En ook het strafhof in Leidschendam oordeelde een Hezbollah-aanhanger schuldig. Maar de Partij van Allah ontkende en wees naar Israël. En wat te denken van de warme banden tussen Hezbollah en het sjiitische bewind van Iran? En de steun die ze gaven aan het bewind van Bashar Assad in Syrië? Dat kostte hun de nodige populariteit. Bij de laatste verkiezingen kregen ze minder stemmen.


Nu is er sinds oktober vorig jaar even geen president meer. De voorgestelde kandidaat wordt te polemisch bevonden. En over een andere kandidaat is men verdeeld. Maar geen president… is dat nou echt zo erg? Mét een president krijg je alleen maar meer conflicten in dit gepolariseerde land. Dat nu op de been wordt gehouden door ambtelijke bureaucraten. Op de achtergrond is er een klein aantal familieclans dat de lakens uitdeelt. Het beleid van de regering, zeggen de Libanezen, zorgt altijd voor ellende. Zoals nu met de Syrische vluchtelingen.

Een rijk verleden.

Aanjar

Die chaos en onzekerheid trekt geen westerse toeristen. En dat is zonde. Want in Libanon loop je met reuzenpassen door de geschiedenis van de mensheid. Je ziet indrukwekkende resten van eerste stenen huizen in Byblos (3000 voor Christus), je kan de eerste gebeitelde Fenicische letters bewonderen, de oude Perzen waren er, de Hellenen met hun verfijnde beelden, de Romeinen met hun ingenieuze reuzebouwsels. En de moslims die rond 700 het gebied veroverden. militair sterk, maar cultureel arm. In Aanjar kan je zien hoe ze razendsnel leerden van de Griekse en Romeinse cultuur die ze overal aantroffen en hoe ze eclectisch kozen wat hen uitkwam.

Een van de mooiste plekken is Baalbek. In Libanon kregen oud-legioensoldaten, die onder Caesar in Gallië hadden gevochten (en de Eburonen in het huidige Limburg hadden proberen uit te moorden in  54 voor Christus), als dank een lapje buitengewoon vruchtbare grond. En ze hebben hun talenten niet verspild. Baalbek is het grootste Romeinse tempelcomplex ter wereld. En dan te bedenken dat er nu maar 10% over is van wat het ooit was.

Baalbek

Een machtige tempel van Jupiter moet er hebben gestaan. En zoals altijd stond zijn tempel op de hoogste plek. Maar dus ook de kwetsbaarste plek. Nu rest vooral een rijtje elegante zuilen. De andere zuilen werden later naar Constantinopel verscheept en zijn te bewonderen in de Aya Sophia. De iets lager gelegen Bacchustempel is verrassend intact en rijk aan decorering.

De bedelstaf.

Maar in de buurt van Baalbek zie je ook iets heel anders: op grote afstand van de weg zijn er vluchtelingenkampen vol Syriërs. Zo'n twee miljoen ontvluchtten bijna tien jaar geleden het geweld in hun land. Her en der bedelen vrouwen met hun kinderen langs de weg. Een kwart van de bewoners van Libanon is een Syrische vluchteling. Ze bevolken ook massaal de straatarme Armeense wijk in Beiroet. Zo massaal dat de Armenen daar nu vertrekken. Maar er zijn ook flink wat Syriërs teruggegaan. Veel Libanezen vinden dat de rest ook maar terug moet. Worden die met de dood bedreigd daar? Dat is óns probleem niet. Wij hebben zelf problemen zat. Intussen is het Libanese leger begonnen met rücksichtslose uitzettingen.

Grote groepen Libanezen dreigen zelf aan de bedelstaf te geraken. Vierhonderd euro per maand, meer krijgen ze momenteel (april 2023) niet van hun bankiers. Zie maar dat je ervan rondkomt. En zo niet, dan moet je maar terugvallen op wat je in je community met elkaar kunt verhapstukken. In de souk van Tripoli kosten de uien 6 cent en de artisjokken 1 euro de kilo, maar verder zijn de prijzen van Europees niveau.

In de souk van Tripoli

En de geldontwaarding is niet bij te benen. Honderd euro is (in april 2023) bijna tien miljoen Libanese ponden waard. En morgen misschien nog meer. Nog net geen Duitsland 1923 waar je een kruiwagen aan marken moest meenemen naar de bakker om een brood te kunnen bekomen.

De inwoners vertrouwen ook hun banken niet meer. Toen ze massaal geld probeerden op te nemen, was dat een ramp. De regering moest aftreden. In oktober 2019 waren er demonstraties van jongeren die alle religieuze en etnische verschillen aan de kant zetten en samen de straat op gingen om aan de verstikkende situatie voorgoed een einde te maken. Honderdduizenden waren het, niet alleen in Beiroet maar in alle steden en dorpen van het land. Maar die hoopvolle ontwikkeling liep vast in de politieke modder.

‘Ik ga nooit meer op straat demonsteren’, vertelt een vrouw. ‘De politieke partijen hebben de demonstraties geadapteerd en de jongeren waren te onervaren om dat door te hebben. Ze werden gebruikt. Nu zijn veel jongeren tussen de 20 en 30 jaar teleurgesteld weggegaan, vooral naar Frankrijk en Canada. Als moeder vind ik dat verdrietig. Maar ik geef ze gelijk. Het wordt nooit wat hier.’

De explosie.

En toen was er ook nog de explosie in de haven op 4 augustus, die niet alleen een fysieke schok teweeg bracht. Het hele land was verlamd. De ontploffing was veroorzaakt doordat er sinds 2013 tonnen van het explosieve ammoniumnitraat lagen opgeslagen in de haven. De regering zou op de hoogte zijn geweest, maar greep niet in. In de haven is nog steeds te zien wat de enorme klap heeft aangericht. Op een muur staan de namen van de 220 slachtoffers.  

Alle slachtoffers van de explosie

Wie was nou schuld hieraan? De vingers wezen richting de ambtenaren: er zouden te weinig controles zijn uitgevoerd. De ambtenaren wezen richting 'hogerhand': de meetresultaten waren wel degelijk doorgegeven, maar er werd niks mee gedaan. Er zijn wat mensen gearresteerd. Maar tot een veroordeling is het nog niet gekomen. 

Ook in de dure Nicolaaswijk, waar het lijkt alsof je opeens in een stukje Parijs bent, heeft de explosie haar tol geëist. Veel klassieke huizen in Moors-Arabische stijl zijn ook nu nog behoorlijk beschadigd. Sommige zijn overwoekerd door de natuur die zich niets laat gelegen liggen aan tijdelijke tegenslagen. Maar er zijn ook rustieke duur opgeknapte gebouwen met glas-in-lood en met bougainville overdekte binnenplaatsen waar in de acacia’s en de bougainvilles de vogels het gedempte stadsgeluid met gemak overstemmen. De huiseigenaren wonen een groot deel van het jaar in Frankrijk in dure appartementen en zien rustig toe hoe de prijzen van de huizen Beiroet gestaag stijgen. Laissez faire, laissez passer. Beiroet spreekt Arabisch met een Frans accent.


Teruggekeerde Libanezen die het elders hebben gemaakt, vestigen zich hier of in de wonderschone Kadishavallei in de bergen. Over één huis hoeft geen belasting betaald te worden, wel over het tweede huis, maar die is erg laag. Lage belastingen betekenen wel geen werkloosheidsuitkeringen, geen AOW, slechte wegen en niet opgehaald vuilnis.

Ter afsluiting van dit verhaal nog één absurdistische situatie. Na afloop van de burgeroorlog in 1990 werd de regeringswijk, die in de twintiger jaren in een grande style francaise door de Fransen was gebouwd, grondig gerestaureerd. Er werden enkele grote Ottomaanse panden toegevoegd en een aantal Franse, zoals het Parlementsgebouw. De Place d' Étoile en omgeving werd ook een uitgaanswijk met cafés, restaurants  en ander vermaak. Maar na de grote jongerendemonstraties ging de hele wijk op slot. En dat is tot de dag van vandaag nog steeds het geval. De angst voor herhaling regeert. Dus nu zie je op een vierkante kilometer in het hartje van de stad lege gebouwen, lege straten met onverbiddelijke, militaire bewaking. Er heerst een vreemde sfeer. En niemand weet wat de plannen zijn en wat de toekomst brengen zal. 


Maar op de een of andere manier houden de Libanezen zich op de been. Zelfspot en humor zijn nooit ver weg. Ze noemen hun cafés spottend ‘Escobar ’of ‘Café Tralala’. Een oudere man vat de mannelijke Libanese levenshouding perfect samen:

‘De politiek, dat was en is een zootje. Dat komt nooit meer goed. Maar het land is prachtig, de bloemen bloeien als nergens anders, het eten is goed en de vrouwen zijn mooi. Wat wil je nog meer?’

 

Een van de 300 cederbomen die Libanon nog resten.


Foto's Marlies Hautvast. 

Met dank aan Noyan Sahami (PARSABAN Reizen) en Khalid Khalid.