maandag 28 januari 2019


Roma, een prachtfilm, gemaakt uit schuldgevoel.



In cinematografisch kringen heerst opwinding: misschien gaat Roma, een niet-Amerikaanse rolprent, in Hollywood de Oscar winnen voor beste film! En voor de beste actrice! En voor beste regisseur, camerawerk, bijrol, geluid, originele scenario etc etc.

Alfonso Cuarón

Roma is inderdaad een wondermooie subtiele film van de Mexicaanse regisseur Alfonso Cuarón, ik zag ‘m tien dagen geleden met vrienden in de kleine zaal van Springhaver in Utrecht. Van te voren had ik bewust niets gelezen over het verhaal –een goede gewoonte, vind ik-, ik wist alleen dat het een film is waarin de maker het nodige autobiografische materiaal heeft gestopt. “Waarschijnlijk uit schuldgevoel over sociale dynamiek, klassen- en rassendynamiek. Ik was een witte jongen uit een middenklasse-gezin die leefde in een bubbel”, aldus de maker in een interview met filmvakblad Variety.

Nu ben ik altijd geïnteresseerd in wat voor schuldgevoel dan ook. Zeker als het dan ook nog eens ‘klassendynamiek’ betreft. Ik verwachtte een film met een ‘witte middenklasse-jongen’ als hoofdpersoon. Maar nee.


O ja, er is een zeventiger-jaren middenklasse gezin, bestaande uit een afwezige vader, moeder Sofia, een oma en een viertal kinderen, die voortdurend met elkaar kibbelen.
Maar de hoofdpersoon is Cleo, meisje voor dag en nacht. Stil, onopvallend en dienstbaar beweegt ze zich door het grote huis, gevangen in schitterende trage shots in zwart-wit. Ze staat op voor dag en dauw, zorgt voor alles en iedereen, ze poetst hondendrollen weg in de patio die er de volgende dag gewoon weer liggen, ze ondergaat de uitbranders van haar ‘mevrouw’, als die lijdt onder een ongelukkig huwelijk, ze is dankbaar als die mevrouw haar in dienst houdt ondanks een ongewilde zwangerschap.
Met andere woorden: Cleo  maakt alles mogelijk voor anderen en niets voor zichzelf. En… ze is ontzettend lief en teder met de kinderen, speciaal met dat ene witte middenklassejongetje. Die later uit schuldgevoel een film zou maken over haar, Cleo (die in werkelijkheid Libo Rodríguez heette, de vrouw aan wie de film is opgedragen).


De gebeurtenissen in Roma zijn meestal alledaags, maar met een grandioze subtiliteit vangt Cuarón de ongelijkheid  van de verhoudingen die in alles doorspeelt: in de vanzelfsprekendheid om de kinderen te wekken, het ontbijt klaar te maken, het huis te poetsen, het verzoek (dat geen verzoek is maar een bevel) om thee te zetten, om dit te doen, om dat te laten. Gewoon omdat de een genoeg geld heeft om de vervelende klussen niet zelf te hoeven aanpakken, maar te laten doen door iemand die arm is. 
Wezenlijk ongelijk zijn de verhoudingen, maar het lijkt allemaal zo (schokkend) vanzelfsprekend. Ook voor Cleo. Ze doet alles zonder klagen, ze praat in haar verblijf zacht met de andere huishoudster Nancy in het Mixtec-dialect, de taal van de inheemse bevolking uit de provincie Oaxaca. Niet toevallig de plek waar Libo Rodríguez ook vandaan komt. Een arme streek die ver weg ligt van de wijk Colonia Roma in Mexico City, waar het verhaal zich afspeelt.

Ik was onder de indruk. En blij dat dit verhaal van de subtiele ongelijkheid consequent vanuit het gezichtspunt van Cleo verteld wordt. Ik was dan ook benieuwd naar de reacties en recensies. Zouden bijvoorbeeld de recensenten, die toch ook vooral uit die witte middenklasse komen, de portee hebben opgepakt? En wat zou dat met hen hebben gedaan?
Volkomen willekeurig lees ik er een paar.

“Roma is niet het zoveelste relaas waarin de gevoeligheden omtrent klassenverschillen worden uitgebuit ten faveure van het drama. Integendeel: de sociaal-maatschappelijke kloof tussen de personages wordt vroegtijdig gedicht tijdens een scène waarin het hele gezin gezamenlijk televisie aan het kijken is. Een liefdevolle omarming van een kind - zo krachtig kan een simpel gebaar zijn.”

Schrijft Frank Tol in Filmtotaal. Hij doelt op de scène waarin Sofia en de kinderen samen op de bank zitten, Cleo zit daarnaast: op een kussentje op de vloer... Een van de kinderen heeft haar arm om Cleo heengeslagen. Ja, dat kún je idyllisch noemen. Dan zegt Sofia, niet autoritair, maar heel vanzelfsprekend, dat Cleo thee moet zetten. Weg idylle! Cleo maakt deel uit van de familie “als een geliefd huisdier”, schrijft Lieven Trio in de Morgen. “Cuarón wil onze aandacht vestigen op datgene wat we meestal niet zien.” Precies. Die kloof wordt helemaal niet gedicht.


Cleo heeft een speciale band met de kinderen, vooral met dat ene jongetje in wie ik de latere filmmaker vermoed. André Waardenburg (NRC) ziet ook dat Cleo geliefd is bij de kinderen. Maar de manier waarop zij wordt behandeld, vindt hij geen uitbuiting. “Ze wordt overwegend goed behandeld. Wel maakt Cuarón in een mooie scène duidelijk dat er een machtsverschil is, met een duidelijke hiërarchie.”

De meeste recensies gaan over het prachtige zwart-wit, de mooie trage camerabewegingen, het verstilde spel van de onderwijzeres, die Cleo speelt, de beelden van de studentenopstand die zo mooi door het raam zijn gefilmd, de vernietigende kracht van dreigende zeegolven, de symboliek van de overvliegende vliegtuigen en de deuken in de auto van het gezin. Veel minder over de ongemakkelijke inhoud die wordt aangesneden. 
Berend Jan Bockting heeft het in de Volkskrant over een “magnifiek en vrijwel plotloos sfeerportret van een Mexicaans gezin en hun huishoudster annex kindermeisje.” Het AD spreekt van een liefdevol familieportret. Alex Mazereeuw schrijft in Cinemagazine: “Natuurlijk zijn er (zware) thema’s als ongewenst moederschap, scheidingen en eeuwige dienstbaarheid en ondergeschiktheid, maar Cuarón zet dit nergens te dik aan.”

Mmm. Een sfeerportret. Een liefdevol familieportret. Dat klinkt niet echt verontrustend.
‘Is de film misschien té subtiel?’ vraag ik aan een van de vrienden die samen met mij de film hebben gezien. “Nou nee”, is het antwoord. “Had Cuarón het er meer bovenop gelegd dan was het een boodschap geworden en dat was de film niet ten goede gekomen.” 
Maar potverdikkie… de film hééft toch een boodschap! “Kijk nou toch hoe vanzelfsprekend en verhullend wij omgaan met maatschappelijke ongelijkheid in onze directe omgeving!” Het lijkt wel of de schoonheid van de film belangrijker wordt gevonden dan die boodschap. 
Is dat een manier om het ongemak buiten de deur te houden? Of worden de bedoelingen van de filmmaker niet herkend en dus niet gevoeld?

Ik zelf herkende de bedoelingen van de filmmaker tot in de kleinste details. Hoe dat kan? Waarschijnlijk omdat ik meer dan dertig jaar in de Utrechtse volkswijken theater heb gemaakt met de mensen daar. Ik heb gevraagd en geluisterd naar hun ervaringen en dilemma’s en die samen met  regisseurs op de planken - en daarmee aan het licht- gebracht. 


Met de verhalen van ‘de werksters en huishoudsters’ uit die toneelgroepen in het achterhoofd kijk ik wellicht anders naar 'mevrouw' Sofia. Die is meestal inderdaad niet autoritair en machtsbewust, ze is best een redelijke ‘werkgeefster’. Maar dat legt wel een dempend doek over de onveranderde ongelijkheid van de verhouding en dat is wél de kern van het verhaal. De boodschap. 

Mijn vraag is dus: wie zelf niet aan den lijve de nadelige kant van die ongelijkheid meemaakt, kan die wel voelen wat Cleo voelt als de camera ‘alleen maar’ subtiel registreert? Maar wat als Cuarón explicieter was geweest, had hij dan niet zijn publiek afgestoten omdat hij 'de gevoeligheden omtrent klassenverschillen te veel uitbuitte ten faveure van het drama en daarmee de boodschap te dik aanzette'? 
Wie het weet, mag het zeggen.

dinsdag 22 januari 2019

Zo af en toe ga ik, samen met "mijn" Duvelsprie het land in om te vertellen over de achtergronden en het ontstaan van deze historische roman. Zo was ik al te gast in Schinnen, Valkenburg, Sittard, Guttecoven en meermaals in Utrecht.


Ja. Het zal je maar overkomen! Dat je in de stamboom van je geliefde een waargebeurd verhaal vindt over Anna, een straatarm meisje van 16, dat ongetrouwd, maar mét een pasgeboren zoontje, in 1721 in het Zuid Limburgse Schinnen terechtkomt. 
Alwaar ze  bijna wordt vermalen door de grote geschiedenis:  in die tijd vervolgden de overheden de zogenaamde bokkenrijdersbendes, die Staat en Kerk zouden bedreigen. Honderden mensen werden gearresteerd en ter dood gebracht. Schinnen was een van de 'bokkenrijdersnesten'. 
Toevallig ben ik precies in dat dorpje geboren en had ik de luxe en de tijd om op zoek te gaan naar de feiten achter dat verhaal.
Vandaaruit schreef ik een historische roman: Duvelsprie, een onvertaalbaar Limburgs woord dat zowel duivelskreng als ongezeglijk, jong ding betekent.

Ik kom graag vertellen wat ik allemaal ontdekte: hoe Anna overleefde, dat ze peettante werd van een dochtertje van de veldwachter, die later werd gewurgd als bokkenrijder, hoe ze zelf ontsnapte aan de verdenking en haar leven een onverwachte wending gaf. Middels een powerpointpresentatie zal ik bronnen tonen en gebouwen die vandaag de dag nog steeds staan te getuigen van hun voor velen zo onbekende verleden. 

Maar ik zal ook een tip van de sluier oplichten over de valkuilen van het schrijven van een historische roman, een verzinsel dat op feiten is gebaseerd, maar toch vooral: een verzinsel.
                     Daarnaast lees ik fragmenten voor uit het boek.

Op 21 februari ga ik bijvoorbeeld naar de Probusgroep in Mill (besloten) en op 26 maart naar Beek (L). 
De bijeenkomst in Beek vindt 's avonds plaats in de Leeswinkel, Prins Mauritslaan 25 en wordt georganiseerd door De Domijnen. Daar zal Marlies ook weer het speciaal op Anna gebaseerde liefdeslied Herinnering aan Jean zingen. De bijeenkomst in Beek is open voor bezoekers, maar dan moet je me wel graag laten weten dat je wilt komen. (josbours@gmail.com). 

maandag 27 augustus 2018


Bepaald geen klein Arcadië...

Met de nodige trots meld ik dat intussen de tweede druk is verschenen van mijn roman Duvelsprie. Wekelijks krijg ik reacties van lezers, die mij willen laten weten wat ze vinden van het verhaal. 



Zoals deze van Wim Weijers uit Nijmegen:

"Jos het is je weer gelukt! Na“De Jongens van het Glaspaleis” opnieuw  een prachtig boek. Geen “heldenlevens”, maar levensechte mensen met al hun nukken, grillen en twijfels. En dat in de gure tijd van de 18de eeuw in de landen van Overmaas, die nu het huidige Zuid Limburg vormen. Een tijd zonder vrede, met plunderende soldaten langs de wegen én de clerus en de autoriteiten die hard en genadeloos optraden tegen degenen die deze door God gegeven orde om wat voor reden dan ook wilden doorbreken. Een ander beeld van het Zuid Limburgse heuvelland, dan het vaak geschetste klein Arcadië van vóór de mijnbouw.


Anna staat natuurlijk centraal met al haar twijfels als ze van uitgestotene uiteindelijk een grote mevrouw wordt. De enige manier om uit de ellende te komen is te breken met degenen die haar liefdevol opnamen toen ze geen kant op kon. Er zijn grote emoties, maar het lijkt me passend. De emoties zijn bovendien ingebed in de sociale realiteit.  
Ook de beschrijving van de manke Pastoor Petri met zijn hart bij de armen, maar verbonden aan het onderdrukkende systeem van de clerus mag er zijn. Of veldwachter Hens Witmakers, die zijn menselijkheid wil bewaren maar hieraan uiteindelijk ten ondergaat. Ook de vreemdeling Jacques du Jardin, nooit echt geaccepteerd door de gemeenschap en daarvan uiteindelijk slachtoffer. Klinkt bekend dat laatste.
De beschrijvingen zijn levensecht en daardoor lijkt het net of je het huisje van Hens Witmakers, binnenstapt of dat je aanwezig bent bij het kermismiddag bezoek op de Dederenhof waar de autoriteiten, de kasteelheer, de schout en de rijke herenboeren de toestand in de (roerige) wereld bespreken. Het boerenleven en de wisseling van de seizoenen zijn mooi in het verhaal vervlochten. 
Het voortdurend verspringen van de scenes maakt dat het boek afwisselend is en  dat je doorleest. Verraadt zich hier de toneelschrijver- regisseur? 
Jos, ja ik heb natuurlijk makkelijk praten, maar voorlopig de pen nog maar niet neerleggen!"