maandag 27 augustus 2018


Bepaald geen klein Arcadië...

Met de nodige trots meld ik dat intussen de tweede druk is verschenen van mijn roman Duvelsprie. Wekelijks krijg ik reacties van lezers, die mij willen laten weten wat ze vinden van het verhaal. 



Zoals deze van Wim Weijers uit Nijmegen:

"Jos het is je weer gelukt! Na“De Jongens van het Glaspaleis” opnieuw  een prachtig boek. Geen “heldenlevens”, maar levensechte mensen met al hun nukken, grillen en twijfels. En dat in de gure tijd van de 18de eeuw in de landen van Overmaas, die nu het huidige Zuid Limburg vormen. Een tijd zonder vrede, met plunderende soldaten langs de wegen én de clerus en de autoriteiten die hard en genadeloos optraden tegen degenen die deze door God gegeven orde om wat voor reden dan ook wilden doorbreken. Een ander beeld van het Zuid Limburgse heuvelland, dan het vaak geschetste klein Arcadië van vóór de mijnbouw.


Anna staat natuurlijk centraal met al haar twijfels als ze van uitgestotene uiteindelijk een grote mevrouw wordt. De enige manier om uit de ellende te komen is te breken met degenen die haar liefdevol opnamen toen ze geen kant op kon. Er zijn grote emoties, maar het lijkt me passend. De emoties zijn bovendien ingebed in de sociale realiteit.  
Ook de beschrijving van de manke Pastoor Petri met zijn hart bij de armen, maar verbonden aan het onderdrukkende systeem van de clerus mag er zijn. Of veldwachter Hens Witmakers, die zijn menselijkheid wil bewaren maar hieraan uiteindelijk ten ondergaat. Ook de vreemdeling Jacques du Jardin, nooit echt geaccepteerd door de gemeenschap en daarvan uiteindelijk slachtoffer. Klinkt bekend dat laatste.
De beschrijvingen zijn levensecht en daardoor lijkt het net of je het huisje van Hens Witmakers, binnenstapt of dat je aanwezig bent bij het kermismiddag bezoek op de Dederenhof waar de autoriteiten, de kasteelheer, de schout en de rijke herenboeren de toestand in de (roerige) wereld bespreken. Het boerenleven en de wisseling van de seizoenen zijn mooi in het verhaal vervlochten. 
Het voortdurend verspringen van de scenes maakt dat het boek afwisselend is en  dat je doorleest. Verraadt zich hier de toneelschrijver- regisseur? 
Jos, ja ik heb natuurlijk makkelijk praten, maar voorlopig de pen nog maar niet neerleggen!"




dinsdag 15 mei 2018

Reactie op de roman DUVELSPRIE door de schrijver Piet Poell.

Van harte proficiat, Jos, met je nieuwe boek! Ik heb ervan genoten, al is "genieten" hier misschien niet meteen het juiste woord, bij zoveel drama. Maar van de dramatische aspecten in je boek kun je volop genieten: de prachtig uitgewogen scènes - zij het hier en daar misschien iets te "dik" aangezet, maar op die momenten past het wel in het verhaal - de dialogen die de optredende figuren scherp tekenen en levendig zijn, de loop ontwikkelingen waarin je het noodlot voelt aankomen, de verrassende wendingen enz,- je kunt wel zien dat je ook toneelschrijver bent! Er zijn scènes bij die staan als een huis, die de lezer even heel stil maken, bv als Anna, ten prooi aan twijfels, toch de deur sluit voor de ogen van een smekende Jacques, de een buiten, de ander binnen... Dat beeld gaat me niet meer uit de kop, zoals Anna zou zeggen. En zo zijn er tal van andere taferelen waarin "dramatis personae" op elkaar inspelen of juist tegen elkaar uitgespeeld worden op een aangrijpende manier. Levendig neergezet zijn figuren als pastoor Petri, maar ook, kort en krachtig, pastoor Hoen, en verder Hens Witmakers, Catherine Dederen, Stientje Dederen e.v.a.En dan de manier waarop je ons meesleept in de huichelachtige, verstikkende sfeer van de samenleving in een Zuid-Limburgs dorp van toen, prachtig! Emotioneel geladen scènes en beschrijvingen die de lezer bij de keel grijpen; ik moet bekennen dat ik hier en daar wel even heb moeten slikken, en erger...
Een huzarenstukje heb je geleverd in de tekening van Anna, de hoofdpersoon. die soms dwars tegen iedereen in de weg van haar hart volgt, voor alle zwakken in haar omgeving wat over heeft, maar als ze min of meer vermogend is geworden, een van de meest kwetsbare personen, Treesje, uit haar leven probeert te snijden, bang voor wat "de luuj" zeggen. "De luuj", waar ze eerst zo vrank en vrij tegenin ging! Zo'n karakterwending naar het "kwade" zou bij mindere goden de lezer al gauw tegen de hoofdpersoon, met wie hij zich toch automatisch vereenzelvigt, innemen, maar jij maakt het volkomen aanvaardbaar, juist door het zo vanzelfsprekend en onnadrukkelijk te brengen, waardoor je als lezer toch ontroerd bij haar doodsbed blijft zitten. Knap werk!
En dan dat witte wolkje, dat soms als terloops verschijnt, maar telkens zwaarder geladen met symboliek, ik zie het dezer dagen overal zweven tegen de blauwe lucht!
Je hebt veel in de schoot geworpen gekregen, zoals je vertelt in je Nawoord. Veel sprekende details en nuchtere gegevens, maar maak er dan nog maar eens een roman van die stáát, zoals jij gedaan hebt! Petje af, meneer, net als ik al deed voor je eerste boek! Wanneer komt het volgende?

Piet Poell, 14 mei 2018
(Ik vond dat ik je dit even moest laten weten)



Gepost door Piet Poell op Jos Bours Blog op 14 mei 2018 23:16:00

zondag 6 mei 2018

Reactie op 'Duvelsprie' door Jos Gielen.


Complimenten, en een hele boel,
Op de eerste plaats vanwege het verhaal zelf. Anna is een prachtige hoofdpersoon; ze komt direct goed tot leven. Ik voelde me als lezer zeer betrokken bij haar lotgevallen. Ze is een heel redelijk wezen, maar het lot houdt daar geen rekening mee. Verder zijn er een paar mooie karakters, zoals Jean en ook Catherine, evenals de beide pastoors. Er zitten bijna te hevige dramatische ontwikkelingen in het verhaal, maar ze zijn acceptabel.
Ook de historische setting maakte op mij een geloofwaardige indruk. Wat een gat, dat Schinnen. Je zult er geboren zijn. In de achttiende eeuw bedoel ik.
Net als bij de ‘Jongens’ heb ik erg genoten van je taal. Ik zie veel woorden en uitdrukkingen die ik exclusief aan mijn vader, Ligius, verbind (mijn moeder kwam niet uit Schinnen), zoals de ‘sjlatevogel’. Soms ook met een kleine afwijking ‘kemasjen’ en ‘kerwauw’ herinner ik me; bij jou ‘Gamaschen’en ‘Kamáu’. Ik vind de mix tussen dialectische woorden en zinswendingen en Nederlands heel uitgebalanceerd, voor mij heel plezierig. Een nadeel voor de verkoop is dat je hiermee je doelgroep beperkt. Geldt ook voor de titel. Vooraf vond ik die niet zo goed gekozen. Inmiddels zou ik zeggen: precies goed.
Je hebt veel oog voor details. Ik denk aan de beschrijvingen van hoe de mensen zich gedragen, hoe ze gekleed zijn. Zoals de terloopse opmerking dat de secretaris een cravatte draagt die in de nek met een gesp is dichtgemaakt. Of interieurbeschrijvingen. Bij ons thuis stond in de hal een kruik met lisdodden. Ik vermoed dat die in onze jeugd in de mode waren;  ze presenteerden zich als ‘een beetje sjiek’. Volgens mij kwamen ze uit de ‘bèèndje’. En dan is het aardig om bij de dames Gadé lisdodden in een koperen pot tegen te komen.
Heel mooi vond ik de toelichting over het gedane speurwerk. Petje af. Het zijn ongelooflijk mooie vondsten waar jullie op zijn gestuit. Bij het lezen dacht ik wel eens een enkele keer ‘het kan niet op’ aan drama, maar in je toelichting blijkt alles ‘uit het leven gegrepen’. Een beetje door elkaar gehusseld, een beetje ingekleurd, maar historisch verantwoord.
Ten slotte ook complimenten voor wat je in Schinnen hebt teweeggebracht. ’s Ochtends is dankzij jouw inspanningen Schinnen tot bokkenrijdersdorp gepromoveerd! Ik ben alleen bij het middagprogramma geweest. Prachtige locatie, daar in Thull. Het verhaal over de bokkenrijders was een perfecte aanvulling op je boek. En dan dat mooie lied als extra. Dat je ook nog de kwetsjbuul kunt hanteren! Marlies zingt prachtig. Dat wist ik al van het Glaspaleis. Als mijn vrouw zo mooi kon zingen, zou ik haar ook liefie noemen. Maar even serieus: je hebt / jullie hebben een prestatie van formaat geleverd. Nogmaals gefeliciteerd.

Jos Gielen